Gepubliceerd op 08.09.2022 | Tekst: Raymond Balau

« The world is full of obvious things which nobody by any chance ever observes. »
Arthur Conan Doyle

Pablo Lhoas startte deze zomer een petitie tegen het slopen van een gebouw van Léon Stynen in Namen. Het Corbusiaans aandoend C&A-gebouw was in die mate verwikkeld in een administratief kluwen dat de nakende sloping plots uit het niets lijkt op te duiken. Het is een schrijnend voorbeeld van hoe er in Wallonië wordt omgegaan met het erfgoed van belangrijke 20e-eeuwse architecten.

De waarschuwing van de decaan van de architectuurfaculteit La Cambre Horta komt laat. Het dossier werd immers al in 2006 geopend. Maar het blijft een brandend actueel thema gezien de hoeveelheid waardevolle gebouwen die bedreigd worden door een overheid die onverschillig is voor het werk van architecten die zich bezighielden met vraagstukken die zo interessant waren dat sommige tot op vandaag nog steeds niet zijn opgelost.

De aangekondigde vastgoedoperatie omvat de C&A-winkel, in 1967 ontworpen door Léon Stynen en Paul De Meyer, en het aangrenzende ‘Le Namur’-blok dat het busstation, verschillende winkels, kantoren en een grote parking omvat. Maar ook het Square Léopold, een parkje met bomen dat in verval raakte na de overgang van publiek naar particulier gebruik. De eerste plannen voor het project werden in 1966 getekend door Albert Mairy en werden voor de SA Immobilière de Namur medeondertekend door Charly De Pauw (ook wel King Parking genoemd). Het C&A-gebouw werd pas in een later stadium in het ontwikkelingsproject opgenomen.

Sinds 2006 volgen de perimeters voor stedelijke verkaveling (PRU) elkaar op, samen met de bijbehorende projectontwikkelaars, raadplegingen en geschillen. In die mate dat we zouden vergeten dat het eigendom van het erf van de Belgische Staat is, door een reeks erfpachten vanaf 1964 die de overgang naar particulier eigendom moesten regelen. Wat nu met het C&A-gebouw gebeurt, doet denken aan Edgar Allan Poe’s De gestolen brief: niemand had er erg in… terwijl het zo voor de hand lag!

Het terrein ligt in een boog langs de spoorweg, van de Heuvy-brug tot aan de Maas, waar een muur van gebouwen wordt opgetrokken die de buitenwijken nog meer afsnijdt van het centrum. Achter het C&A-gebouw rijst nu de pyloon op van een tuibrug die naar het busstation leidt, dat op het dak van het treinstation is aangelegd. Deze door Ney en Partners ontworpen totempaal zou nog passen bij het C&A-gebouw, ware het niet dat het nog amper te lezen valt door onder meer geblindeerde raamopeningen, de bouwvallige verdieping en een gelijkvloers dat werd gerenoveerd zonder respect voor het interieur.

Vóór de recentste ontwikkelingen lag het complex ‘Le Côté Verre Société Anonyme’ naast de C&A, die dus behouden bleef. In 2016 nam BesixRed de activiteiten over en bestond het project uit een mix van winkels, kantoren en woningen, ook op de plek van het huidige C&A-gebouw. Een perimeter voor stedelijke herverkaveling voor de Leopoldwijk, toevertrouwd aan City Tools en gefinancierd door BesixRed, leidt tot een kolos getekend door Jean-Paul Viguier, die niet zou misstaan in Puteaux of Nanterre. De slogan van deze nieuwe fase is ‘beginnen van nul’, een vreemde heropleving van de tabula rasa die verschillende journalisten ertoe bracht de hulp in te roepen van Pablo Lhoas.

Er blijft een gevoel hangen dat in 2019 door Pierre Dulieu onder woorden werd gebracht in het tijdschrift Confluent: “Comment les namurois se font entuber” of hoe de inwoners van Namen zich laten bedonderen.[1] Het werk van Stynen zorgt voor een nieuwe invalshoek. Het oeuvre waartoe dit C&A-gebouw behoort is immers opmerkelijk. Stynen en De Meyer ontwierpen maar liefst negen gebouwen voor C&A, stuk voor stuk op toplocaties in Antwerpen, Hasselt, Brussel, Gent, Kortrijk, Charleroi, enz. En dit terwijl Léon Stynen door Geert Bekaert en Francis Strauven werd bestempeld als een ‘brutalist’ in Bouwen in België 1945-1970.

En wat heeft de Waalse overheidsdienst gedaan, die via het Waals agentschap voor het cultureel erfgoed (AWaP) de inventaris van het cultureel onroerend erfgoed (IPIC) beheert? Nog minder dan niets. Althans niet tot in juni 2022, toen er een bekendmaking van 443 tekens werd uitgehangen na de verspreiding van het definitieve BesixRed-project. Kort samengevat: loop maar verder, er is niets te zien. Er is vanaf dat moment sprake van een lijst van 33 prioritaire panden, zonder het C&A-gebouw. Nog voordat de door de PRU aangekondigde 14.400 vrachtwagens aarde worden uitgegraven, valt vooral op dat een dossier met een dergelijke impact op het stedelijk weefsel is vrijgesteld van een architectuurwedstrijd!

Het zou verstandig zijn om elke beslissing uit te stellen totdat er een serieuze, onafhankelijke erfgoedstudie is uitgevoerd, om met kennis van zaken te kunnen handelen, rekening houdend met het feit dat dit C&A-gebouw als eerste wordt vermeld in de Guide Architecture moderne et contemporaine 1893-2020. Namur & Luxembourg – Provinces, gepubliceerd in 2020 en geschreven door o.a. Maurizio Cohen. Een contextuele studie, die de aandacht zou verleggen van business naar cultuur, zou kunnen ingaan op:

  • de evolutie van de boulevard na de overeenkomst tussen staat en stad van 26 maart 1907, de komst van het busstation en de erfpacht van 1964, naast achtergrondinformatie over de familie Brenninkmeyer [Clemens & August] en de architecturale keuzes van C&A;
  • de naoorlogse bloeiperiode en de evolutie van de stedenbouwkundige criteria in Namen na 1958;
  • de gezamenlijke voorstellen van ondernemer Jerôme Van Coillie met Léon Stynen en Paul De Meyer, vervolgens van Charly De Pauw met Albert Mairy, tot BesixRed en Jean-Paul Viguier, met een synoptische chronologie van het administratief kluwen;
  • een stand van zaken betreffende de beschikbare archieven, met name bij de stad Namen;
  • een ontcijfering van de architectuurtaal van Stynen en De Meyer voor C&A;
  • het panorama van nieuwe inplantingen in het stadscentrum en de voordelen van het schrappen van de PRU-procedure;
  • de spectaculaire verloedering van de site en de leegstand van de twee toeristische paviljoenen;
  • de inhoud van de parlementaire interpellatie van minister Valérie De Bue op 11 juli 2022; enzovoort.

En ‘last but not least’: het protest na mei 68 en de betonnering van een Plymouth Fury voor de C&A door het collectief Mass Moving in april 1970, waarmee de C&A de facto de kunstgeschiedenis inging, en de kunstinterventie (Gérard Béthume) voor de architectenbeurs van oktober datzelfde jaar.

[1] Maandblad Confluent nr. 591, Namen, 5 juli 2019. 

Lees ook

Schrijf je in op onze nieuwsbrief
  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.