Gepubliceerd op 22.09.2022 | Tekst: Maurizio Cohen

Chantal Dassonville heeft veel bereikt, op een energieke, strijdlustige manier en door haar temperament, inzet en vastberadenheid ten dienste te stellen van het algemeen belang. Nu ze op pensioen gaat, blikken we terug op de lange weg die ze sinds 1985 heeft afgelegd en trekken we hier enkele lessen uit. Zoals het belang om de opportuniteiten van een project in kaart te brengen en om alle belanghebbenden vanaf het begin te betrekken. Dit lijkt nu misschien triviaal, maar dat was het niet in de jaren 1980, 1990 of 2000. Of het belang om architectuur ook te beschouwen als een culturele productie en niet alleen als een bouwkundig, technisch en budgettair proces. Het belang van het aanreiken van tools aan publieke opdrachtgevers, die kunnen worden aangepast aan de normen en de tijdsgeest. Het belang van een beleid voor gepaste procedures, waarbij het algemeen belang primeert boven alle andere aspecten. Getuige hiervan zijn de vele resultaten die ze binnen haar mandaat heeft behaald. Dialoog en confrontatie met even diverse als uiteenlopende administraties en politieke situaties, waarbij ze altijd de energie had om haar gesprekspartners ervan te overtuigen dat streven naar kwaliteit loont.

Kwaliteit is geen kwestie van persoonlijke smaak of trends, maar een werkproces dat de betrokkenen samenbrengt rond gemeenschappelijke doelstellingen. Kwaliteit begint bij de culturele dimensie van een publiek project, of het nu gaat om een theater of school, een jeugdzorginstelling of sporthal. Chantal Dassonville heeft haar hele carrière voor deze principes gevochten. Ze is erin geslaagd ze onontkoombaar te maken en ze ook naar voren te schuiven in een internationale context, waarin de door haar geïntegreerde netwerken hun voordeel konden halen uit haar benaderingen en ideeën.

We kunnen haar zeker vieren om haar vele verdiensten en initiatieven, maar het is volgens mij ook belangrijk om een bepaald aspect te belichten dat haar mandaten heeft gekenmerkt. Ze heeft er altijd voor gezorgd dat jonge mensen zonder veel ervaring een kans kregen, door risico’s te nemen, initiatieven en ideeën te verdedigen die soms ongebruikelijk of hun tijd ver vooruit waren, zonder stappen achteruit te zetten maar door te onderhandelen wanneer dat nodig was om deze projecten te verwezenlijken. De installaties van de Franstalige Gemeenschap in het Belgisch paviljoen voor de Biënnale van Venetië getuigen van deze dynamiek, en de vele publieke gebouwen die werden opgetrokken waren voor startende bureaus vaak het zetje richting succes dat ze nodig hadden.

Met het ondersteunen van ideeën, zelfs wanneer die nog niet veel vorm hebben en de details nog moeten worden uitgewerkt, en het begeleiden tot ze concreet worden, heeft ze haar bekwaamheid meer dan bevestigd. Bovendien heeft ze een geloofwaardigheid en kracht opgebouwd die herkenbaar en zelfs geruststellend zijn voor alle betrokkenen, of het nu gaat om een gebouw, tentoonstelling, publicatie of decreet.

Ze heeft ook een opmerkelijke prestatie geleverd door het mededingingsprincipe te introduceren, waarbij men voor projectteams kiest en de kwaliteit van hun voorstellen en er niet enkel wordt gekozen op basis van budgetten. In de architectuur kan immers alles snel veranderen. Projecten evolueren, evenals de ambities van bouwheren en de beschikbare financiële middelen. Het instrument voor de publieke aanbestedingen geeft de administraties van de Franstalige Gemeenschap de mogelijkheid om samen met alle betrokken partijen een keuze te maken: burgemeesters, gebruikers, administraties, architecten en natuurlijk het publiek.

Als vrouw met ideeën en overtuigingen heeft ze strijd geleverd om de publieke architectuur weer haar rechtmatige plaats te geven. Zo heeft ze talrijke redactionele initiatieven bevorderd, zoals de ‘Inventaires’, de ‘Guides’ en de collectie ‘Visions’, en ondersteunde ze acties ter bevordering van haar gemeenschap en haar land. Ze gaf bekendheid en erkenning aan de architectuur van Franstalig België.

Voordat ze haar mandaat beëindigde, lanceerde ze opnieuw een ambitieus project om Wallonië en zijn talenten te belichten: een bouwmeester voor het Waals Gewest. Sommige Waalse instanties zien de voordelen van deze functie nog niet, maar een bouwmeester kan een inclusief en veeleisend beheer van de publieke architectuur mogelijk maken en tegelijkertijd tot verbetering leiden bij particuliere initiatieven. Het proces is opgestart en het is nu een kwestie van tijd en geduld.

Nu Chantal Dassonville met pensioen gaat, laat ze de ‘Cellule architecture’ die ze in 2007 oprichtte achter. Het is onze opdracht om dit georganiseerd, competent, ervaren en dynamisch orgaan te ondersteunen om het belang van de gemeenschap, de publieke opdracht en de architectuur te blijven benadrukken. Het is een politieke, culturele en burgerlijke verantwoordelijkheid.

Lees ook

Schrijf je in op onze nieuwsbrief
  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.