Gepubliceerd op 26.05.2020 | Lisa De Visscher - Hoofdredacteur

We hebben er eventjes op moeten wachten, maar eind april werd de knoop doorgehakt: Kristiaan Borret kan een tweede mandaat aanvatten als Brusselse Bouwmeester – Maître architecte. Een nieuwe start, midden in de Coronacrisis, waarin niet alleen de stad in vraag gesteld wordt, maar ook onze manier van leven en onze relatie tot publieke ruimte en het klimaat. We vroegen de nieuwe Bouwmeester hoe je hierop kan inspelen en polsten naar zijn ambities voor de volgende vijf jaar.

“De wittebroodsweken zijn meteen voorbij” aldus Kristiaan Borret “dat is het nadeel van een tweede mandaat (lacht). Het voordeel is dan weer dat je direct kan starten met een team en partners die je kent, en de ambities en krijtlijnen die de vorige vijf jaar zijn uitgetekend verder kan uitvoeren en concretiseren. Het is logisch dat dit tweede mandaat in continuïteit gebeurt met het eerste, en verder bouwt op de fundamenten die voordien gelegd zijn.”

Die continuïteit is niet meer dan logisch, maar je formuleert ook een aantal ambities die duidelijk nieuwe accenten leggen. Welke zijn die?

Als ik spreek over continuïteit bedoel ik geen status quo. Ik ga uiteraard voor meer! Meer goede projecten, nieuwe procedures, noem maar op. En daarbij hoort ook een uitbreiding van ambities. Deze liggen natuurlijk ook in lijn met het nieuwe Brusselse regeerakkoord. Zo wil ik, nog meer dan vroeger, de complexiteit van Brussel omarmen. Ik noem dit Multiplicity.  Dit is ook naar het buitenland toe het discours dat we moeten ontwikkelen: de complexe stad als spiegel voor de samenleving. Brussel is in Europa de meest diverse stad. De fascinatie die vanuit het buitenland voor onze hoofdstad bestaat is deels daarop gestoeld. Het gaat niet over de harmonieuze schoonheid van Brussel, over art nouveau of een pittoresk historisch centrum. Wat de kracht van Brussel uitmaakt is de spannende disharmonie. En dit moeten we durven uitdragen.

Een andere ambitie gaat over de paradigmashift binnen de stedenbouw die ook ik wil concretiseren. Ik heb dit van 10.000 naar 2 genoemd. Van 10.000 extra woningen per jaar naar maximum 2°C opwarming van de aarde. Zo’n slogan toont ook meteen het spanningsveld tussen enerzijds de nog steeds bestaande nood aan goede woningen door de voorbije demografische groei in Brussel, en anderzijds de noodzaak om drastisch in te grijpen zodat onze stad ook klimaatrobuuster wordt. We zullen de verdichtingskoorts in Brussel meer in balans moeten brengen. Concreet betekent dit dat ik meer aandacht wil ontwikkelen voor het bestrijden van heat stress door vergroening, voor mensvriendelijke inrichting van straten en pleinen, en voor circulair bouwen. En zo reageer ik indirect ook op de huidige crisis. Wat goed blijkt te zijn voor het klimaat is ook goed gebleken voor de coronacrisis.

Deze crisis wordt anderzijds ook als argument gebruikt tégen het wonen in de stad en als verdediging van verkavelingen. We merkten de afgelopen weken ook dat de publieke ruimte in de stad onder druk stond.

Inderdaad. En zo komen we bij de vierde ambitie: meer aandacht ontwikkelen voor de publieke ruimte. We deden dat in 2019 al met het boekje Espace Publiek, 10 ontwerptips voor de gewone straat en nu zetten we dat verder. We willen steeds de gewone publieke ruimte centraal stellen: Het kleine buurtparkje op wandelafstand, het groene binnengebied, de anders herverdeelde straat, enz…

Vandaag zie je ook veel acties die met tactical urbanism te maken hebben: plekken die voorlopig ingericht worden. Ik zie het als mijn taak als Bouwmeester om te helpen dat deze projecten op lange termijn geconsolideerd worden. Dat ze niet enkel deel uitmaken van een soort ‘noodplanning’ maar een permanente vorm krijgen.

Een Bouwmeester in Brussel initieert nooit projecten. Het initiatief komt steeds van een opdrachtgever, of de regering, en met het team kunnen we ze in een bepaalde richting begeleiden.  In het volgende mandaat zullen we het klimaataspect, dankzij het regeerakkoord, met meer legitimiteit naar voor kunnen brengen. Wij doen dat door al onze werking heen: adviezen, wedstrijden, ontwerpend onderzoek, bouwaanvragen en begeleiding.

De uitdaging voor mij is nu hoe we de ambitie voor meer open ruimte zullen kunnen verzoenen met de demografische groei. We zullen natuurlijk nog steeds verder woningen en publieke voorzieningen moeten blijven bouwen. Op dit moment worden er vooral middenklasse woningen gebouwd voor de private markt en de laagste inkomensklassen vallen uit de boot. Er is een groot deficit op de sociale woningmarkt en vandaag staan er 40.000 gezinnen op de wachtlijst. Die woningen moeten er komen, en ze moeten meer dan ooit robuust zijn qua leefkwaliteit.

Ik denk dat het mijn sterkte als bouwmeester hierin ligt, dat ik een gesteld ambitieniveau goed kan omzetten naar reële projecten. Dit deed ik al met het kanaalplan of de productieve stad. Ik kan er voor zorgen dat een visie waargemaakt wordt. Dat wil ik nu doen met klimaatrobuuste stadsontwikkeling.

Je noemde net het Kanaalplan, dat je tijdens je vorige mandaat aanpakte. Welke projecten staan voor het nieuwe mandaat op het programma?

Inderdaad, het kanaalplan is er en het wordt uitgevoerd. Uiteraard is er nog veel werk, maar de methodiek bestaat en er zijn geen grenzen meer te verleggen. Daarom wil ik een nieuwe problematiek aansnijden en op de agenda zetten: De twintigste-eeuwse gordel. In samenwerking met Perspective loopt daar momenteel een verkennende studie over, met name door Géry Leloutre (ULB), Michiel Dehaene (Ugent) en Paola Vigano maar ook met de Vlaams Bouwmeester want dit gebied ligt gedeeltelijk in Vlaanderen. Als we deze 20ste eeuwse kroon beter hebben leren kennen, kunnen we sleutelkwesties aanduiden, aan ontwerpend onderzoek en aan agendasetting doen.  Dan kunnen we aanduiden waar stadsvernieuwing nodig is, waar de verdichtingsmogelijkheden zijn, welke open ruimtes we moeten bewaren en hoe we de bereikbaarheid kunnen aanpassen. Niet alleen vanuit het centrum, maar ook van rand naar rand. Je zou bijvoorbeeld ook tangentiele fietspaden kunnen aanleggen van pakweg Jette naar Anderlecht.

Ook voeding speelt een rol. Als je erin slaagt de groente- en fruittelers die rond Brussel werken naar nieuwe marktplekken te laten komen in die zone dan kan de 20ste-eeuwse gordel een plek worden van nieuwe centraliteit op metropolitaanse schaal.

Een Bouwmeester hanteert een hele reeks instrumenten. Komen daar nieuwe bij?

We merken dat de wedstrijden het slachtoffer worden van hun eigen succes. Er worden sinds 2015 veel meer kandidaturen ingediend. Dat is natuurlijk een succes, maar de opdrachtgevers zien op tegen de vele dossiers en architecten worden ontmoedigd door een lage kans op selectie. We zullen daarom proberen zowel het kandidatuursdossier lichter te maken, als de inhoud van de offerte zelf minder zwaar, meer een visiedocument dan uitgewerkte ontwerpen.

Verder wil ik pools voorstellen, voor bijstand bij het ontwerp van publieke ruimte. Zo kunnen we procedures korter maken en het proces versnellen doordat we een groep ontwerpers klaar hebben staan die voor gemeentelijke projecten ingezet worden.

Dit kadert uiteraard in mijn streven om de heraanleg van publieke ruimte zowel te versnellen als klimaatgericht op te vatten. Er start binnenkort een onderzoeksstudie rond binnengebieden dat zal leiden tot een richtinggevend kader en ik ben ook een voorstander van een draaiboek rond openbaar domein, in het zog van het beeldkwaliteitsplan voor het kanaal.

Naast het finetunen van bestaande instrumenten wil ik ook een aantal nieuwe acties ondernemen op gebied van governance.

Waarover gaat dit precies? Welke acties wil je daaraan koppelen?

De stad wordt niet enkel gemaakt door publieke instellingen. Er zijn een heleboel derden die de stad mee richting geven, denk maar aan de traditionele bewonersverenigingen of meer recente actiegroepen zoals Picknick The Streets of Filtercaféfiltré. Ik beschouw hen ook als professionals en wil hen meer betrekken in de werking van BMA. Tijdens mijn eerste mandaat was ik er vooral op gebrand om alles intern te structereren – het team, de relatie met de administratie en de publieke actoren. Nu dit draait, is het tijd om ook extern te rade te gaan, bij de civil society. Ik ben sowieso al regelmatig met hen in contact achter de schermen en dan vind ik het beter om dit transparant te officialiseren

Zo wil ik de werking van de Bouwmeester openplooien, blootstellen en laten gidsen in samenwerking met diverse maatschappelijke actoren, in de geest van wat John Keane monitory democracy noemt: het idee dat degene die in beleidspositie zit, bereid is zich te laten monitoren door de civil society. Dat kan op verschillende manieren. Er bestaat bijvoorbeeld een opvolgingscommissie voor de BMA in het kader van mijn contract. Het zou goed zijn als daar ook externe personen in zouden zetelen. Ook de projectvergaderingen en de kwaliteitskamers, waar vandaag enkel publieke actoren in zetelen, zouden kunnen evolueren zodat daar ook externen in zitten, net zoals in pakweg Gent of Zurich.

Wedstrijden willen we nog transparanter maken dan ze vandaag al zijn. Dat kan bijvoorbeeld door jury’s publiek te maken. Dat is in het verleden al gebeurd – alle aandeelhouders van het Brussels Beer Project konden bij de jurering van de wedstrijd aanwezig zijn – en werpt zijn vruchten af. Ik vind het ook belangrijk dat de ingezonden ontwerpen en het juryresultaat steeds online gezet worden. Er zal ook een charter komen voor de samenwerking met de private sector, en een aanpassing van het huidige draaiboek voor wedstrijden.

Om dat alles goed af te stemmen, wil ik nu zo snel mogelijk een 360°-bevraging en “peer” visitatie organiseren. Dat betekent dat een extern bureau verschillende gesprekken heeft met de deelgroepen van de professionele sector waar de BMA mee samenwerkt, met het doel constructieve feedback te verzamelen en aanbevelingen voor de toekomstige werking te formuleren. Mijn tweede mandaat begint dus met een open rondvraag, en dat zet de toon aan van de aanpak waarmee ik als Bouwmeester nog beter mijn ambities voor stedelijke kwaliteit hoop te kunnen realiseren.

Lees ook

Schrijf je in op onze nieuwsbrief