Gepubliceerd op 05.10.2022 | Tekst: Marc Dubois

Het KMSKA is een schatkamer van kunst in Vlaanderen. Gedurende elf jaar was het gesloten voor een hoognodige renovatie. Eindelijk kan men de topwerken van Rubens, Jordaens en Van Dyck in alle pracht opnieuw aanschouwen. De collectie 19de eeuwse kunstwerken kreeg een nieuwe, verrassende presentatie. Het KMSKA heeft een indrukwekkende verzameling met werk van James Ensor en Rik Wouters, nu te zien in een nieuwbouw die binnenin het bouwvolume uit eind 19de eeuw werd ingeschoven. Een groter verschil in sfeer valt nauwelijks te bedenken, een kleurvol interieur, terwijl de 20ste eeuwse collectie in een kille en compleet witte ruimte werd ondergebracht, een ontwerp van KAAN Architecten uit Rotterdam onder leiding van Dikkie Scipio. Bij het nieuw museumgedeelte zijn er veel vragen stellen.

Toen Antwerpen eind 19de eeuw een nieuw museum bouwde was het niet enkel om de grote doeken van Rubens een waardig onderkomen te bezorgen. Het gebouw moest ook de ambitie tonen van een dynamische en snel groeiende havenstad, Antwerpen als metropool. Het grote bouwvolume kreeg een centrale plaats in de stad en werd het hart van de stadsontwikkeling Antwerpen-Zuid. Het monumentale bouwwerk opgetrokken tussen 1884 en 1890 moest nu dringend worden aangepast aan de nieuwe uitdagingen van de 21ste eeuw. Daarnaast is gekozen voor een uitbreiding met maar liefst 21.000 m², een vergroting van 40% van de oppervlakte. Dit “verticale” museum vormt een autonome entiteit binnen de vier oorspronkelijke patio’s en is vanaf de straat niet zichtbaar.

Indrukwekkende restauratie
De restauratie van de oude zalen is indrukwekkend. De Rubens-, Jordaens- en Van Dyckzalen kregen de oorspronkelijke glans terug. Overschilderde sierlijsten werden hersteld en de iconische roodfluwelen zitbanken werden gerestaureerd. In de zalen met oude kunst werd ook hedendaagse kunst geïntroduceerd. Het werk van Berlinde De Bruyckere staat nu naast het enige werk in België van Antonello da Messina met getormenteerde lichamen aan het kruis. Er is gekozen voor een grote beleving door per zaal een thema uit te werken gecombineerd met muziek en projecties maar ook met verhelderende toelichting. Voor de kinderen introduceerde Christophe Coppens een aantal sculpturen met een verwijzing naar fragmenten uit een werk in de zaal. In de Rubenszaal, bijvoorbeeld, zijn het fluwelen kamelen. Andere verwijzingen zijn minder evident en eerder gratuit.

Museum of cleanrooms
Na dit museumgedeelte met een schakering van kleuren betreedt de bezoeker een compleet hagelwitte, oogverblindende nieuwbouw. Het roept het beeld op van cleanrooms in bedrijven waar geneesmiddelen of chips worden geproduceerd. Om daglicht in de twee grote bovenste zalen te brengen zijn 198 witte daklichtkoepels aangebracht. Dit resulteert in een mooi rustgevend plafond.

Is de keuze voor een harde confrontatie tussen oud en nieuw geen achterhaald concept? Hoogglansgietvloeren weerkaatsen de kunstwerken en de bezoekers, en dit om een “zen” effect te bekomen volgens de architecten. Wat levert dit op aan het intensifiëren van de kunstbeleving? Het is een perverse vorm van mimesis die in de loop der jaren een vuile vloer zal opleveren, zoals het Antwerpse MUHKA intussen ook weet. Waarom geen houten vloer zoals in de Foundation Beyeler in Bazel, in de Tate Modern in Londen en in de nieuwe musea zoals MBA in Lausanne en de uitbreiding van het Kunsthaus in Zürich? De architecten zoals Herzog & deMeuron, Renzo Piano, David Chipperfeld en conservatoren van deze hoog gewaardeerde instellingen weten wel waarom. Begin dit jaar zag ik de eiken vloer met een mooie patine in de Tate Modern en dit na twintig jaar. Dit wordt het zeker niet met een witte gietvloer.

Paleis voor Sneeuwwitje
Vanwaar deze angst voor kleur en deze obsessie met witte ruimtes? De stralend witte tentoonstellingszalen en de hoge trapruimte geven de bezoekers een ‘unheimlich’ gevoel. Het openingsweekend kwam in de media met de zwarte strepen op de witte vloer. De reactie van de directrice was wereldvreemd en zij gaf de raad om met witte schoenen naar het KMSKA te komen. In DS van 30 september werd het nog gekker. Tom Hannes, auteur en filosofisch onderzoeker, stelt voor om de vuile vloeren uit te roepen als kunstwerk. Dit heeft als consequentie dat de bedenker van deze vloer, architecte Dikkie Scipio, een kunstenares is. De eerste taak van een ontwerper bij dergelijke opdrachten is dienstbaarheid tonen voor de kunst en niet de ambitie om goedkope effecten te bedenken.

Er is echter meer aan de hand. In de bovenste ruimtes zijn ook vides gemaakt, eerder gaten in de vloeren, om een beetje daglicht tot beneden te laten doordringen. De gesloten borstwering rond deze openingen in de vloer staan als obstakels in de ruimte. Je kunt niet naar beneden kijken en er werden vangnetten aangebracht om GSM toestellen op te vangen. In deze grote ruimtes komt de lift direct uit in de expositieruimte, een ongebruikelijke oplossing. Terwijl je in het oude gedeelte van zaal naar zaal kunt wandelen zonder je oriëntatie te verliezen, is dit in het nieuw gedeelte niet het geval.

In de collectie na 1945 zijn er veel lacunes en de werken werden vormelijk bij elkaar geplaatst. Geert Van der Speeten merkte terecht op (DS 21 september) dat in het nieuw gedeelte “formele principes worden gehanteerd, wat de indruk wekt dat het inhoudelijk verhaal van de werken niet van tel is”. In de KMSKA nieuwbouw vind je geen architectonische waarachtigheid, het is een interieur met voorzetwanden, een gyproc architectuur.

Hoe presenteer je kunst?
De grote James Ensorzaal is dramatisch. Het werk “De intriges” (1890) is één van de drie sleutelwerken die het KMSKA naar voren schuift. Het is geplaatst in een veel te hoge ruimte terwijl het werk een uitgesproken horizontale compositie bezit. De Italiaanse architect Carlo Scarpa maakt in zijn oeuvre duidelijk dat interessante scenografie vertrekt vanuit het kunstwerk en niet vanuit de ruimte. De ruimte van de Ensor zaal is zo dominant dat het werk wordt verdrongen en gaat zweven. Waarom boven een intiem werk van Ensor “De oestereetster” ‘(1882) een vide is tot aan het dak van de bovenste zaal is een raadsel.

Net voor de opening verklaarde kunstenaar Luc Tuymans op de VRT dat hij tevreden was na al die jaren de werken weer te kunnen ervaren maar dat hij veel vragen stelde bij het concept van de volledig witte ruimte. Zijn werk hangt nu tegenover Fouquets Madonna, een topstuk uit de collectie KMSKA op een rode achtergrond. Was zijn werk in de nieuwbouw gepresenteerd, dan verzoop het in de witte ruimte. Is er verklaring voor dit eindresultaat? Vermoedelijk is er door een groot verloop binnen de directie en de curatoren een gebrek aan continuïteit geweest waardoor de ontwerpster een te zwak klankbord kreeg om zaken fundamenteel in vraag te stellen bij het nieuwbouw gedeelte. Interessante architectuur ontstaat ook dank zij opdrachtgevers met visie. In 2021 kreeg KAAN Architecten de “European Award for Architectural Heritage Intervention” en dit voor de opening en de plaatsing van de werken. Dit is communie geven vóór de biecht!
Gedurende de sluiting gingen veel kunstwerken op reis. Het uitlenen is niet enkel een toekomststrategie om werken later in bruikleen te bekomen maar geeft het KMSKA ook een uitstraling in Vlaanderen en in het buitenland. Ook mag men niet vergeten dat het KMSKA een wetenschappelijke instelling is met een groot restauratieatelier en dat er tijdens de sluiting intens verder is gewerkt.

Twee nieuwe boeken verschenen bij de opening. Een publicatie met een topselectie van de collectie “De schoonste honderd”. In een tweede boek wordt ingegaan op de geschiedenis van het gebouw en de restauratie. Hiervoor volgde fotografe Karin Borghouts al die jaren de werkzaamheden en dat leverde mooie momentopnames op die ook te zien zijn in de openingsexpo. Beide boeken zijn uitgeven door Hannibal. De fotograaf Ives Maes toont een reeks rond steden waar ooit een grote universele of wereldexpositie plaatsvond. Het KMSKA brengt tevens een eerbetoon aan de Antwerpenaar Michel Seuphor, kunstenaar en promotor van de moderne kunst.
Eindelijk krijgen wij de collectie weer te zien. Op zich reeds een vreugdevol moment. Spijtig dat het concept van de nieuwbouw weinig museografische kwaliteiten bezit.

Lees ook

Schrijf je in op onze nieuwsbrief
  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.