Gepubliceerd op 27.01.2022 | Tekst: Lisa De Visscher | Foto's: Filip Dujardin

A+293 Brussels Architecture Prize

Je kan het volledige artikel lezen in A+293 Brussels Architecture Prize. Bestel hier een exemplaar of neem een jaarabonnement op A+ en mis geen enkel nummer!

Met dit grootste goederenstation in Europa spreidde België in 1902 niet alleen zijn economische ambities tentoon, maar ook zijn ingenieurskunsten. Dit indrukwekkende gebouw werd ontworpen door de spoorwegingenieur Frédéric Bruneel, die later ook een belangrijke rol zou spelen in de Noord-Zuidverbinding in Brussel. Gare Maritime is 280 m lang en 140 m breed en bestaat uit drie grote hallen met een spanwijdte van 26 m en vier kleine hallen met een breedte die varieert van 12 tot 16 m.

Aan de Picardstraat is Gare Maritime met het Hotel de la Poste en het Depot des Collies verbonden. De dragende structuur van de hallen bestaat uit reeksen van drie-scharnierboogspanten. Dit zijn spanten die in de nok en aan de voet uit scharnieren bestaan en zo de bewegingen van de staalstructuur kunnen opvangen. De structuur werd uitgevoerd en met ornamenten voorzien in art-nouveaustijl, die toen net opgang maakte. Typisch voor die tijd is de ingenieursmatige benadering van die ornamentatie. Elk ornament heeft een functie. Zo dienen bijvoorbeeld de schuine stekers ter hoogte van de goten eigenlijk om de dwarskracht op te vangen.

Samen met het station van Antwerpen is Gare Maritime het laatst overblijvende station uit die periode met nog een originele overkapping. De structuur en compositie van hoofd- en zijgevels en het merendeel van de ornamenten daarentegen sneuvelden in de verbouwingswerken die de NMBS gestaag uitvoerde in de kleine eeuw waarin zij het gebouw beheerde.

Toen Extensa de Thurn & Taxis-site kocht, was het gebouw in erbarmelijke staat. De eerste uitdaging bestond er daarom in deze industriële ruïne in ere te herstellen. Architect Jan de Moffarts en Bureau Bouwtechniek kregen de opdracht de staalstructuur, de gevels en de daken van het gebouw te renoveren en een visie te ontwikkelen voor de organisatie binnen de zeven hallen.

Samen met prof. Inge Bertels (VUB) doken ze in het uitgebreide archief dat de NMBS had nagelaten. Ze vonden er honderden plannen die nauwgezet elk constructiedetail weergaven en de reikwijdte toonden van de historische waarde van dit uitzonderlijk stationsgebouw. Op basis van dit historisch onderzoek en in samenwerking met het ingenieursbureau Ney & Partners besloten ze de originele structuur en compositie te herstellen, zonder daarom alle oorspronkelijke ornamenten opnieuw te produceren. Om de hallen aan de hedendaagse normen voor ventilatie en ontroking te laten voldoen, vroeg Studiebureau Boydens om 400 m2 mechanisch gestuurde ramen in de gevels te integreren en 1.200 m2 in het dak.

Voor Jan de Moffarts bleek de integratie van deze hedendaagse elementen juist een interessant instrument binnen het restauratieproces: “We hebben de nieuwe elementen gebruikt om de oorspronkelijke compositie mee te reconstrueren. Zowel in de kopgevels, waarin we telkens drie ramen uit de oorspronkelijke compositie hebben samengenomen, zonder de verticaliteit van de gevel te verstoren, als in de zijgevels. Omdat de nieuwe delen aan de EPB-wetgeving moesten voldoen en dus geïsoleerd moesten worden, hebben we nieuwe bakstenen laten maken met dezelfde ornamentele vorm als de oude om deze als paramentsteen te gebruiken. De arduinen elementen die op sommige plaatsen afgebroken werden, kunnen we bij de renovatie van de kopgevel gebruiken.” De Moffarts en Bureau Bouwtechniek tekenden ook de assen opnieuw binnen de hallen en verbonden ze met de krachtlijnen van de site.

[…]

Lees ook

Schrijf je in op onze nieuwsbrief
  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.