Gepubliceerd op 27.01.2022 | Tekst: Pieter T’Jonck

A+293 Brussels Architecture Prize

Je kan het volledige artikel lezen in A+293 Brussels Architecture Prize. Bestel hier een exemplaar of neem een jaarabonnement op A+ en mis geen enkel nummer!

Het ontwerp van het Stadsgebouw aan de Oude Dokken in Gent was een moeilijke puzzel. Het programma, een verzamelgebouw met een basisschool, een crèche, buitenschoolse opvang en een sporthal, paste nauwelijks op het krappe terrein. Bovendien moest er volgens het masterplan van OMA een ‘speellint’ door het terrein lopen. XDGA formuleerde een verrassend antwoord.

In 2004 stelde OMA het ‘brochettemodel’ voor om dit voormalige havengebied, geprangd tussen de Koopvaardijlaan en de Oude Dokken, tot een volwaardig stadsdeel om te turnen. In dat model worden verschillende programma’s in parallelle stroken, dwars op het water, aan elkaar gespiest door een binnenstraat, het ‘speellint’. Alleen het perceel van het Stadsgebouw, dat voortaan Melopee heet, beslaat de hele diepte van het bouwblok. Maar ook daar moet het speellint doorheen lopen.

In een visienota bij het wedstrijdontwerp voor dit project stelde XDGA dat het niet voor de hand lag om het programma van school en sporthal te organiseren door buitenruimtes uit het bouwvolume uit te sparen; al zeker niet omdat de stad een ‘brede’ school wilde, die ook na schooltijd ten dienste van de buurt staat. Dat vereist een aparte ontsluiting van diverse lokalen en de sporthal. XDGA ontwarde de knoop door binnenruimtes (zoals klassen of eetzaal) radicaal af te splitsen van buitenruimtes (zoals speelplaatsen, een buitenruimte voor de crèche maar ook een terras voor de cafetaria van de sporthal of een ‘sportkooi’).

Een compacte doos van 31 bij 40 meter omvat alle binnenruimtes. Op de begane grond bevinden zich de crèche en de directielokalen. Een brede trap voert dan vanaf de gemeenschappelijke ingang aan de noordzijde naar kleuterklassen en buitenschoolse opvang op de eerste verdieping, en de lagere school op de tweede etage. Een ruime, dubbelhoge eetzaal op de eerste verdieping vormt het hart van deze school. Ondanks de compacte stapeling bieden de brede gangen en de trap heel wat mogelijkheden voor (collectieve) activiteiten buiten de klas. Het gebouw voelt aan als een ruime jas met veel zakken. De eveneens dubbelhoge sporthal bovenop bereik je daarentegen vanuit het gebouw met een aparte trap- en liftkoker.

Tegenover die ‘volle’ doos staat een ‘holle’: een reusachtige kooi van gegalvaniseerd stalen kolommen en balken. De ‘wanden’ bestaan uit draadgaas en klimplanten, waaruit her en der ramen werden uitgespaard. Vloeren, trappen en bruggen creëren binnen de doos een 3D-puzzel van buitenruimtes, zoals speelplaatsen of de ‘sportkooi’. Elk programmaonderdeel in het gebouw sluit zo direct aan op de corresponderende buitenruimte, terwijl een buitentrap een extra ontsluiting biedt voor de speelplaats van de lagere school en de sporthal.

Een centrale open plek op de eerste etage is het hart van deze ‘holle doos’, als een weerspiegeling van de eetzaal in de ‘volle doos’. Het ontwerp benadrukt die ruimtelijke spiegeling tussen ‘hol’ en ‘vol’ doordat het raster van de buitenkooi ook om de gesloten doos heen loopt. Die gesloten doos voelt overigens helemaal niet gesloten aan, doordat de wanden alleen uit raamkaders of lichtdoorlatende kanaalplaten van polycarbonaat bestaan. Die lopen ook door voor gesloten wanddelen, zodat die als het ware verdwijnen.

Na de wedstrijd veranderde er niet bijster veel meer aan het ontwerp. De belangrijkste wijziging is dat de crèche verschoof naar de zuidkant van het gebouw, met uitzicht op het toekomstige park. De buitenruimte ervan werd uitgespaard uit de sokkel van het gebouw, en maakt dus niet langer deel uit van de ‘holle doos’. Daardoor kan het speellint als een brede, rechte doorgang van 12 meter langs het ‘volle’ gebouw scheren, onder het glazen ‘perron’ van de eetzaal door. Aan de ene kant geven de vergaderzaal van de school en het lerarenlokaal erop uit, aan de andere kant spelen de kleuters. Het speellint verbeeldt zo concreet de band tussen de wereld van de school en de stad.

Het ontwerp kreeg na de wedstrijd ook meer architecturale detaillering. De ‘holle doos’ werd diverser en fantasierijk ingevuld. De aankleding van de eetzaal met geglazuurde, zuurstokroze geperforeerde bakstenen draagt niet alleen bij aan de akoestiek, maar creëert ook een vrolijke sfeer. De sporthal is werkelijk verbazend. Ook hier domineren geglazuurde akoestische stenen, maar het is vooral de verbazend beperkte hoogte van de dakbalken – noodzakelijk om binnen de toegelaten bouwhoogte te blijven – die verwondering wekt. Laurent Ney (Ney & Partners) flikte dit kunstje met stalen dozen.

Lees ook

Schrijf je in op onze nieuwsbrief
  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.