Gepubliceerd op 05.10.2022 | Tekst: Amélie Poirel

Deel je projecten met ons

Heb je de afgelopen twee jaar een project opgeleverd dat je met ons wilt delen? Laat het ons dan zeker weten!

De door Agmen gerenoveerde meesterwoning in de Violetstraat in Antwerpen valt op. De klassiek ogende gevel met mansardedak en lijstwerk doet burgerlijk aan. Alleen de imposante, felgeel gelakte, metalen deur doet een vermoeden rijzen dat er ons achter de voorgevel iets heel anders te wachten staat.

Zodra je binnenstapt, wordt de ambitie van het project beetje bij beetje duidelijk. Een denkoefening over nieuwe manieren van samenwonen gaf aanleiding tot een nieuwe typologie op de begane grond van deze woning die is opgedeeld in drie appartementen. De voormalige meesterwoning behoudt haar structuur en afwerkingen in burgerlijke stijl. Maar er is ruimte voor nieuwe aanwendingen, zoals een kunstenaarsatelier en multifunctionele werkruimten. Momenteel worden deze ruimten gebruikt door eenzelfde gezin, maar ze zijn ook ideaal voor een kleine, meer eclectische bewonersgroep.

De nieuwe aanbouw is geënt op de achterkant van het perceel, verborgen in de tuin. Hij volgt het ritme van de interne samenstelling van het huizenblok. Binnen bieden het atelier en de houten gevelmodule een zekere flexibiliteit. Dankzij de grote raamopening is er veel openheid naar de tuin toe en komt er veel natuurlijk licht binnen. De ruimte kan echter ook worden beschut tegen het vele zonlicht, door de houten panelen die zo een oppervlak vormen om schilderijen op tentoon te stellen.

Door de glazen inkom kan je vanaf de straat de tuin aan de achterzijde al zien. Een sculpturale, betonnen wenteltrap zorgt voor een elegante verbinding met de appartementen. Hij maakt deel uit van de compacte technische kern die als een ruggengraat door de drie units loopt. In het bijgebouw werd op elke verdieping een royale keuken voorzien, waarbij het volume zich plooit om verschillende uitzichten op de terrassen te verkrijgen.

In de tuin zien we een iconisch element van de meesterwoning: het zwembad. Het wordt geherinterpreteerd en drukt niet langer het archetypische consumptieobject uit. Het water, zijn bewegingen en reflecties roepen een imaginaire wereld op die voor veel schilders een voorwerp van fascinatie is. De directe link tussen het atelier en de tuin benadrukt des te meer de creatieve maar ook sociale mogelijkheden. Het is een plek waar tentoonstellingen en ontmoetingen kunnen plaatsvinden en relaties met de buurt kunnen worden aangeknoopt. Het project bevindt zich niet alleen in de stad, maar gaat er ook een dialoog mee aan.

Wanneer we de tuin ingaan, zien we de herinterpretatie van het nieuwe volume aan de achterkant van het huis. Het oogt als een monolithisch sculptuur, in dialoog met de andere sculpturen die verspreid staan in de tuin. Het bijgebouw uit zo de voortdurende relatie tussen kunst en architectuur. De kalk op de gerecupereerde bakstenen geeft de gevel een soort zindering, die nog wordt versterkt door de opliggende horizontale stroken. Deze ruwere afwerking staat in contrast met de burgerlijke esthetiek van de meesterwoning. Geen van beide haalt echter de bovenhand. Het brute en het burgerlijke, het nieuwe en het oude, staan naast elkaar als een ‘cadavre exquis’. Het zijn twee entiteiten die elkaar ontmoeten, net zoals de bewoners van deze plek samenleven. De tuin wordt het punt van samenkomst, het verbindende element. Het is zowel een object van contemplatie als een ontmoetingsplaats die betekenis geeft aan dit samenwonen.

Lees ook

Schrijf je in op onze nieuwsbrief
  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.