Gepubliceerd op 20.05.2021 | Tekst: Pieter T’Jonck

‘Openings’ belicht de architecturale démarche van het Parijse bureau h2o architectes. H2o werd in 2005 opgericht door Charlotte Hubert en Jean-Jacques Hubert. Vanaf 2008 vervoegde Antoine Santiard hen. H2o bestaat dus nog niet zo lang en is relatief klein. Toch is de output ervan enorm en van constant hoge kwaliteit. Dat bevestigen de vele onderscheidingen die h2o ontving. Even opvallend is de wendbaarheid van dit team: van stoel tot stad, van nieuwbouw tot restauratie, h2o kan het allemaal aan. Hun geheim: ze vertrekken altijd vanuit een grondig onderzoek van de locatie en de opdracht.

In een essay onthult Fanny Léglise het ‘geheime recept’ van h2o. Het bureau kijkt altijd veel verder dan de opdracht zoals de opdrachtgever die formuleerde. Dat begint bij een onderzoek van de geschiedenis van de plek en loopt door in gesprekken met alle betrokkenen. Pas dan begint het tekenen. Maar ook tekenen is voor h2o een instrument van dialoog en onderzoek. Dat zegt ook architect-antropoloog Miguel Mazeri in zijn tekst. De brede belangstellingsfeer van h2o blijkt in ‘Openings’ ook uit een onverwachte bijdrage: de ‘windroosgedichten’ of ‘rhumbs’ die dichter Frédéric Forte schreef naar aanleiding van enkele projecten.

De puntigste bijdrage in dit boek komt echter van Bernard Tschumi. Hij vergelijkt h2o met toonaangevende architecten van de 20e eeuw, en merkt dat ze op het eerste gezicht minder beginselvast lijken. Dat is volgens hem gezichtsbedrog. H2o zoekt volgens hem immers systematisch en tactisch naar het bijzondere van een plek en een opdracht om er met spaarzame middelen het beste uit te halen. Dat heet: duurzaam ontwerpen. Het is, zegt Tschumi, ‘a new practice of architecture that starts out from existing circumstances in order to address far larger environmental issues’.

Daar kan je aan toevoegen dat h2o vooral met erfgoed op een voorbeeldige, subtiele en toch onbevangen manier omgaat. Een voorbeeld is het appartementsgebouw op de hoek van de rues Véron en Lepic in Montmartre. Het valt niet echt op, maar toch herneemt de volumetrie ervan de typische opbouw van gebouwen van voor 1850. Het gebouw ziet eruit alsof het er altijd al stond, en doet tegelijk door zijn detaillering zeer hedendaags aan. Bekender is de renovatie van het Musée d’ Art Moderne de la Ville de Paris, die een boeiend contrast vormt met de meer doortastende aanpak van het aanpalende ‘Palais de Tokyo’ door Lacaton & Vassal. Nog in Parijs: de bankjes rond de ‘Madeleine’ of het voorplein van de Assemblée Nationale.

Het boek presenteert slechts 29 projecten. Een strenge selectie, die gaat van zeer klein (stadsmeubilair, een kinderkamer), over klein en gemiddeld (een woning, een crèche) tot (zeer) groot (kantoorgebouwen, flatgebouwen, musea). Elk project wordt ingeleid door een korte beschrijving. Volgen: foto’s, foto’s van maquettes en enkele tekeningen, vaak vernuftige details in 3D voorgesteld. Renderings vind je hier echter niet. Aan zo’n boerenbedrog doen ze blijkbaar niet bij h2o.

Tussen de architectuurbeelden zitten her en der snapshots van medewerkers die zich samen buigen over een project. Dat is de eigenlijke boodschap van dit boek: architectuur gaat over geduldig onderzoeken tot er een opening ontstaat die een alternatief biedt voor de dichtgetimmerde normeringen en projectomschrijvingen die steeds meer van hetzelfde opleveren, ongeacht de plek en de gebruikers. Architectuur die vertrekt vanuit de context, niet vanuit standaardoplossingen.

Openings
Redactie Building Paris, met h2o architectes en Fanny Léglise
Talen Frans/Engels
Uitgeverij Park Books, Zürich
ISBN 978-3-03860-198-2
Hardcover, 372 pp

Lees ook

Schrijf je in op onze nieuwsbrief