Gepubliceerd op 20.04.2021 | Tekst: Pieter T’Jonck

De ‘Inventaires’ van de ‘Cellule architecture de la Fédération Wallonie-Bruxelles’ bieden sinds 2010 om de drie jaar een beeld van de architectuurcultuur en -productie in Wallonië en Brussel. De redactie wordt telkens na een ‘open call’ toevertrouwd aan een nieuw team met zijn eigen invalshoek. Anders dan het Nederlandse jaarboek of het tweejaarlijkse Vlaamse ‘Architectuurboek’ lijken geen twee ‘Inventaires’ dus op elkaar qua vorm, inhoud of criteria. ‘Inventaires #3’ geeft het woord (ook) aan gebruikers en bewoners, niet enkel aan architecten.

Bood het nulnummer in 2010, onder redactie van Maurizio Cohen en Chantal Dassonville nog een soort nulmeting van de staat van de architectuur in Brussel en Wallonië, dan waren alle volgende edities gebaseerd op de inzendingen van architecten en opdrachtgevers. De editie #1 – 2010-2013, onder redactie van het collectief Orthodoxe, baseerde zijn strenge selectie op vijf thema’s, die in essays uitgelicht werden. De editie #2, onder redactie van Anne-Sophie Nottebaert en Xavier Lelion focuste vooral op de verhouding architect-opdrachtgever. In die editie speelden strips een grote rol.

Wat opvalt aan deze ‘Inventaires #3’ is de tweede omslagwikkel met daarop in grote letters vragen als ‘selon vous, l’ architecture, c’ est politique?’ Redactieleden Gilles Debrun en Pauline de la Boulaye hebben het dan uiteraard niet over de ‘politique politicienne’, maar over politiek met de grote P. Politiek als maatschappelijk project dat het hoofd biedt aan uitdagingen zoals klimaat, natuurbehoud of duurzame ontwikkeling. Bouwen speelt daarbij een evidente rol, maar inzichten daarover vallen volgens hen niet enkel te rapen bij professionals, maar ook bij bewoners, gebruikers en passanten.

Dat credo brachten ze in de praktijk door in samenwerking met het kunstenaarscollectief ‘Habitant.e.s des images’ de boer op te gaan. Op vier plekken organiseerden ze discussies met bewoners en gebruikers over de kwaliteit en voorbeeldwaarde van projecten. Het resultaat: een selectie van 45 projecten. Die is opmerkelijk, want heel wat gedoodverfde kandidaten mankeren op het appel. Bovendien bevat ze vrij veel individuele en collectieve woningen – veel meer dan in de Vlaamse tegenhanger. Het accent ligt zeker daar op co-creatie en collectiviteit. Daarnaast worden ook 45 opmerkelijke ‘acties’, zoals installaties, tentoonstellingen en bouwexperimenten uitgelicht.

De rode draad in het boek zijn de commentaren en ervaringen van de professionele en niet-professionele deelnemers aan de discussies tijdens de roadtrip van de redactie. De ‘pensée unique’ van architecten wordt daarin soms ruw, vaak onbevangen, doorbroken door spitante bedenkingen en oprechte zorgen van bewoners en gebruikers. Het levert een ander idee van ‘goede architectuur’ op: minder gefocust op dat ene perfecte detail of ingenieus toegepaste materiaal en met meer oog voor bruikbaarheid en herkenbaarheid.

Aan een scherp omlijnde idee over wat architectuur vandaag kan bijdragen aan het maatschappelijk project komen de redacteurs hier niet toe. Ze bieden ideeën en voorbeelden aan waar je als lezer zelf mee aan de slag moet. Het boek opent het debat over wat goede architectuur vandaag moet zijn, zonder het meteen weer te sluiten met recepten en aanbevelingen. Duidelijk is wel dat architectuur voor hen meer moet nastreven dan het ideaal van het ‘perfecte werk’ dat vanouds architecten obsedeert. Point taken.

‘Inventaires / Inventories #3’
Gilles Debrun en Pauline de la Boulaye (red.),
tweetalige uitgave (FR/EN) uitgegeven door de Cellule Architecture de la FWB, Brussel, 2020.
ISBN 978 2 930705 40 8.

Lees ook

Schrijf je in op onze nieuwsbrief