Gepubliceerd op 08.09.2021 | Tekst: Pieter T’Jonck

Dat wereldse roem vluchtig is weten we, maar toch blijft het verbazen hoe iemand als de Nederlandse architect Willem Marinus Dudok (1884-1974), een sterarchitect in het interbellum, wat in de vergetelheid wegzakte ondanks de talloze onderscheidingen die hij tot in de VS ontving. Aan de (enorme) omvang van zijn oeuvre ligt het alvast niet. ‘Dudok by Iwan Baan’, een fotoboek van Iwan Baan toont bovendien dat Dudok ons nog altijd lessen kan leren.

Dudok was van alle markten thuis: hij bouwde stadhuizen, sportcomplexen, scholen, kantoren, begraafplaatsen, hele tuinwijken, flatgebouwen en tussendoor ook nog een paar villa’s. Bovendien was hij vooral na WO II ook nog zeer bedrijvig als stadsplanner en stedenbouwkundige. Gek genoeg kreeg Dudok nochtans nooit een formele opleiding als architect: hij startte zijn carrière als officier bij de genie, Maar in 1915 wordt hij plots directeur Publieke Werken van de gemeente Hilversum, toen nauwelijks meer dan een groot uitgevallen dorp in het Gooi, tussen Amsterdam en Utrecht.

In verbluffend tempo zuigt Dudok vanaf dan de invloeden op van H.P. Berlage, van de Amsterdamse School, van De Stijl en het ‘Nieuwe Bouwen’ en -al ontkende hij dat later steeds met klem – ook van Frank Lloyd Wright. Zo komt hij al snel tot een zeer herkenbare, eigen signatuur. De architectuur van Dudok is aards en zwaar, maar reikt tegelijk, door hoge schoorstenen en torens naar de hemel. Dudok toverde ook met de volumetrie van zijn gebouwen.

Het stadhuis van Hilversum (ontwerp 1924, bouw 1927-1931) treft bijvoorbeeld nog steeds door het spannende evenwicht tussen verticale en horizontale volumes, opmerkelijke hoekoplossingen en een geraffineerde detaillering van eenvoudig metselwerk. Het heeft iets van art deco, maar dan zonder het behaagzieke van die stijl. Het is verwant aan het modernisme, maar heeft veel meer aandacht voor materiaal, detail en context. En, niet te vergeten: voor de gebruiker

Dudok oogstte niet alleen met dat stadhuis alom bewondering. Zijn tuinwijken, die hij bedacht voor Hilversum en Eindhoven lokten van heinde en verre bezoekers. Na WO II werd zijn werk soberder, maar zelfs dan treffen gebouwen als het Erasmushuis in Rotterdam ook nu nog door hun kwaliteiten.

Iwan Baan fotografeerde voor dit boek heel wat werken van Dudok. Het zijn interessante foto’s, omdat ze de werkelijkheid niet mooier of beter maken dan ze is. Er figureren ook vaak mensen – passanten en gebruikers – in. Meerdere foto’s zijn vanuit de lucht, op grote hoogte, genomen. Ze tonen goed de context waarin Dudok werkte. Opvallend is echter vooral hoe goed al die gebouwen er nog bij staan. Het zegt iets over het vakmanschap van Dudok, uiteraard, maar dat ze zo piekfijne onderhouden zijn, is zeker ook een blijk van de liefde die bewoners en gebruikers ze toedragen.

Lara Voerman schreef een korte inleiding bij het boek, die zowel de fotograaf als de architect summier situeren. Zij zorgde ook mee voor de thematische ordening van het boek. Na elkaar krijg je vele ‘landschappen’. Het landschap van herdenken (over begraafplaatsen), van werken (kantoren), van wonen (villa’s), van de tuinstad, van leren (scholen), van vermaak (parken, sportterreinen) en van de naoorlogse stad. Het landschap van representatie (monumenten, een theater, stadhuizen) sluit de reeks af. Voerman schreef achter in het boek bij elk van die thema’s een korte, doorgaans puntige en pertinente beschrijving van het eigene van Dudoks aanpak. Een mooi eerbewijs aan een bijzondere ‘einzelgänger’ in de architectuur.

Dudok by Iwan Baan
Iwan Baan, Lara Voerman
nai 010 publishers, Rotterdam, 2020
Paperback
376 pagina’s
Prijs € 39,95

Lees ook

Schrijf je in op onze nieuwsbrief