Gepubliceerd op 20.01.2021 | Tekst: Gilles Debrun en Pauline de La Boulaye

Abonneer je op A+More en ontvang dit boek als welkomstgeschenk!

Gilles Debrun en Pauline de La Boulaye, de samenstellers van Inventaires #3 Architectures Wallonie-Bruxelles 2016-2020, dat recente architectuurprojecten in Wallonië en Brussel bundelt, lichten vier projecten uit de publicatie. Ze illustreren hoe volgens hen hergebruik zou moeten evolueren in de toekomst.

Antoine Lavoisier staat bekend om het vaak geciteerde “niets gaat verloren, niets wordt gecreëerd, alles wordt getransformeerd” uit zijn Elementaire verhandeling over de scheikunde, gepubliceerd in 1789. Deze bewering lijkt bijna perfect van toepassing op het idee van circulariteit dat momenteel steeds meer ingang vindt.

Het eerste waaraan we denken bij het woord hergebruik, is ondergrond. Of beter gezegd: de aarde en wat we ermee doen: wat erop groeit, wat we eruit halen, hoe we ons erop plaatsen, wat we er weer in stoppen, de sporen die we erin achterlaten. Zorgvuldig onderzoek naar de manier waarop architectuur met onze ondergrond omgaat, getuigt van een zekere (on)deugdelijkheid. [1] In het verleden, tot aan de industriële revolutie, bouwden we op een natuurlijke wijze met wat er onder onze voeten en in onze directe omgeving te vinden was. Vandaag spreken we in dat verband over geosourced en biosourced materialen. De waarde van de korte, circulaire keten, die in andere, niet-westerse culturen altijd is blijven bestaan, lijkt ook hier eindelijk weer aan waarde te winnen. In het licht van de dodelijke impasse waarin onze maatschappij van speculatief kapitalisme en productivisme zich bevindt, kunnen we ons alleen maar verheugen over het mogelijke einde van een blindheid die al een paar eeuwen duurt…

De Europese steden zijn grondstofmijnen. In de loop van de geschiedenis zijn ze een rijke bron geworden: een gigantische ‘goudmijn’ aan materie en materialen. De publicatiedatum van de verhandeling van Lavoisier is interessant. In de jaren na 1789 kregen zowel stedelingen als plattelandsbewoners immers aanzienlijke hoeveelheden gerecupereerde materialen tot hun beschikking. De antiklerikale razzia’s in de nasleep van de Franse Revolutie verwoestten dan wel aanzienlijk veel erfgoed verwoest; ze leverden ook een overvloed aan gehouwen stenen afkomstig van de ruïnes van verwoeste kathedralen en kloosters op. Circulariteit is dan ook een lang verhaal met vele verwikkelingen.

Maar laten we het hebben over de projecten waarin hergebruik een centrale rol speelt, opgenomen in Inventaires #3 Architectures Wallonie-Bruxelles 2016-2020. Deze editie bundelt zowel 45 gebouwen, door een jury van bewoners en omwonenden gekozen, als 45 interventies, gepubliceerd omdat ze de architectuurpraktijk weten te veranderen. Het boek bevat onder andere projecten rond artivisme (kunstactivisme), tijdelijke bezettingen en ecologische transitie. We belichten hier graag vier verschillende projecten die telkens anders omgaan met het idee van de ondergrond als bouwmateriaal: vooreerst de werkwijze van BC Materials, vervolgens twee paviljoenen – Bric 2 van Karbon’ architecture in Brussel en het theaterpaviljoen in Vidy van Yves Weinand – en ten slotte de renovatie van de modernistische Multi Tower, ook in Brussel door Rotor DC en Conix Rdbm. We starten bij het materiaal als grondstof, focussen daarna op het gebouw, en eindigen op schaal van de stad.

Aarde omzetten in een bouwmateriaal en bouwafval omzetten in een grondstof, dat is precies wat BC Materials uit Brussel doet. Geïnspireerd door ‘Terre de Paris’ uit 2016 – een onderzoek naar de verschillende materialen aanwezig in de Parijse ondergrond –   “onderzoeken ze de weg die deze materialen afleggen, brengen ze verslag uit over wat er over geweten is en stellen ze een nieuwe, meer deugdzame bouwcyclus voor, die niet langer van grondstof tot puin leidt, maar van grondstof naar nieuw materiaal”. [2] De ondergrond als basis dus, letterlijk.

De paviljoenen BRIC 2 en Vidy werden respectievelijk ontworpen en uitgevoerd door de Brusselse architecten van het collectief Karbon’ en door Luiks ingenieur en architect Yves Weinand. [3] Deze biosourced gebouwen zijn verschillend van schaal en programma, maar hebben met elkaar gemeen dat ze ontworpen en gebouwd zijn om makkelijk weer te kunnen demonteren en heropbouwen. Ze tonen hoe we kunnen leven met een kleinere voetafdruk. De paviljoenen kunnen model staan voor de ontwikkeling van tijdelijke, semi-nomadische verblijfplekken, inzetbaar in de stad of op het platteland. Ze zouden een antwoord kunnen bieden op de huidige uitdagingen van de Betonstop 2050 [4] en de zeer recente erkenning van aanpasbare woonvormen in Wallonië [5], twee onderwerpen die ook aan bod komen in het deel ‘45 actions’ van de Inventaires #3.

De MULTI Tower in Brussel is dan weer een interessant voorbeeld omdat dit project – geleid door vastgoedontwikkelaar Whitewood, de architecten van Conix Rdbm en Rotor DC – ambitieus is op het vlak van herbestemming, recuperatie en hergebruik. Jammer genoeg staan de vergunningverlenende instanties nog te vaak zonder scrupules toe dat grote, nog vrij recent gebouwde kantoorgebouwen met de grond gelijk worden gemaakt. Als je weet dat er in Brussel meer dan 6,5 miljoen m² leegstaat (de 20ste gemeente [6]), is dat natuurlijk ronduit stuitend. Dit beleid staat ook haaks op de doelstellingen voor het Energie-klimaatplan en het Programma voor Circulaire Economie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

Er zijn legio voorbeelden van recente sloop of projecten die met sloop bedreigd worden in Brussel: de brutalistische hoofdzetel van de Fortisbank op de Kunstberg, het kantoorgebouw Boudewijn/The Slope op de hoek van de binnenring en de Koning Albert II-laan, en de hoofdzetel van de KBC aan Sainctelette, langs het kanaal. De laatste twee gebouwen zijn op architecturaal vlak misschien iets minder hoogstaand, maar los van bepaalde stilistische voorkeuren zijn ze niet in die mate verouderd, laat staan onmogelijk te herbestemmen, dat ze na minder dan 30 jaar na ingebruikname al moeten worden gesloopt. Of om het met de architecten Druot, Lacaton en Vassal te zeggen: “nooit afbreken, nooit wegnemen of vervangen, maar juist altijd toevoegen, transformeren en gebruiken.” [7] Dus, zoals Rotor aangeeft, waarom niet een vastgelegde minimumprocentregeling opstellen waarbij men garandeert dat er gerecupereerd materiaal wordt gebruikt in grote renovatieprojecten?

Er is een meer slagkrachtig stedenbouwkundig beleid nodig dat niet alleen stimuleert en aanzet maar zelfs dwingt tot renoveren in plaats van te slopen. De Multi Tower belichaamt precies wat Brussels Bouwmeester Kristiaan Borret zegt in zijn intentieverklaring voor zijn mandaat 2020-2024: “Circulair bouwen moet worden aangemoedigd, zowel hergebruik van bestaande gebouwen en/of materialen als anticiperen op de toekomstige demonteerbaarheid en flexibiliteit van nieuwbouwarchitectuur. De inzet is om de reflex om te draaien: wat, hoeveel en hoe kunnen we hergebruiken, in plaats van automatisch te kiezen om alles te slopen.”

Dat is heel mooi gezegd, maar vertrouwen op ieders goede intenties volstaat vandaag niet meer. Goede uitzonderingen alleen zijn niet genoeg. De klimaatcrisis vereist dat we snel duidelijke voorschriften opstellen, vastgelegd in wetten, die ontwikkelaars en architecten verplichten om systematisch een inventarisatie uit te voeren, die voor elk gebouw de mogelijkheden voor herbestemming, hergebruik en recyclage in kaart brengt.

Lavoisier zou er alvast blij van worden.

Inventaires #3 Architectures Wallonie-Bruxelles 2016-2020
Editors : Collective under the direction of Pauline de La Boulaye and Gilles Debrun
Authors: Gilles Debrun, Pauline de La Boulaye, Habitants des images, contributions of architects and inhabitants
Language: French / English
Publisher: Fédération Wallonie-Bruxelles – Cellule architecture, 2020
ISBN : 978-2-930705-40-8
Info : architectures2016-2019.com

[1] “Architectuur is het leven huisvesten door middel van een deugdelijk geordend materiaal.” Philippe Madec, in Matières, les pays de l’alter architecture, 2006

[2] pavillon-arsenal.com/fr/expositions/10485-terres-de-paris.html

[3] Yves Weinand is ook hoogleraar aan de Ecole Polytechnique Fédérale de Lausanne (EPFL). Hij staat er aan het hoofd van het laboratorium voor houtbouw (IBOIS).

[4] iew.be/en-route-pour-une-reduction-de-lartificialisation/

[5] rbdl.be/images/stories/pdf/2019_PDF/RBDL_habitat_leger_etude_web_simples.pdf

[6] De ‘20ste gemeente’ of ‘Saint-Vide/Leegbeek’ is een manifest opgesteld door stadsbeweging BRAL, de platformen voor tijdelijke bezetting Communa en Toestand, de verenigingen voor het recht op huisvesting FeBUL en Woningen123Logementen, en de pluralistische federatie voor de sociale economie SAW-B, om aan te tonen dat leegstaande panden dringend voor maatschappelijke behoeften moeten worden aangewend. 6,5 miljoen m² vrije ruimte komt overeen met alle gebouwen in de gemeente Elsene.

[7] Druot Frédéric, Lacaton Anne en Vassal Jean-Philippe in Plus – Les grands ensemble de logements – Territoire d’exception, ed. GG, 2007. Hun project voor de renovatie van de woontoren ‘Bois-le-Pêtre’ (2011) is een perfect voorbeeld van hun aanpak.

Lees meerVerkleinen

Lees ook

Schrijf je in op onze nieuwsbrief