Gepubliceerd op 09.03.2021 | Tekst: Pieter T’Jonck

In ‘Ideas of Ambiente / History and Bourgeois Ethics in the Construction of Modern Milan 1881-1969’ laat Angelo Lunati zien hoe een sterke lokale identiteit en de invloed van een machtige bourgeoisie de ontwikkeling van Milaan tot grootstad bepaalden. Ze tekenden ook de Milanese architectuurcultuur tot ver in de jaren 1950. Dat is een eyeopener, zeker nu de stad door de projecten van investeerders zonder lokale banden in hoog tempo van gelaat verandert.

Vergeleken bij de miljoenensteden die nu ‘overnight’ uit de grond rijzen, ontwikkelden Europese grootsteden traag. De impact van de ontwikkelingen in de industrie en de tertiaire sector spreidde zich uit over een lange tijd. Daardoor bleven de historische kern en een nog springlevende lokale cultuur belangrijk. Ondanks de parallellen springen daardoor vooral de verschillen tussen Europese grootsteden in het oog. Lunati’s boek demonstreert dat aan de hand van de geschiedenis van Milaan.

Het bijzondere van de studie van Lunati is dat hij voortdurend heen en weer pendelt tussen sociale en economische ontwikkelingen en de ideeën die leefden onder architecten. Hij kiest daarvoor vier sleutelmomenten. Het eerste is de prille bloei na de wereldtentoonstelling van 1881. Milaan kwam toen, na de ‘risorgimento’ in 1870, op de voorgrond als het belangrijkste industriële en financiële centrum van het land. Daarna behandelt Lunati het interbellum. Mussolini bouwde toen zijn macht uit in Milaan maar kreeg nooit echt voet aan de grond in deze burgerlijke stad. De periode na WO II is een derde cruciaal moment, omdat Italië -Milaan op kop- toen de snelst ontwikkelende economie van Europa was. De slotepisode is 1969, toen het land verscheurd raakte door bloedige twisten.

Al die tijd, dat is de stelling van Lunati, bepaalde het concept ‘ambiente’ de architectuur van de stad. Achter dat ene woord, te vertalen als ‘context’, gingen echter verschillende inzichten schuil. De gemene deler ervan was de vraag hoe een moderne stad kan voortbouwen op wat ze historisch groot maakte. Dat was, volgens Lunati, geen louter stedenbouwkundige kwestie. Ze sloot aan op vragen die leefden bij de Milanese bourgeoisie. Die had, anders dan de rest van Italië, niet enkel belangen in de primaire sector maar ook in industrie en het bankwezen en vormde een hechte groep. Daardoor kon ze vrij kiezen hoe en waar ze investeerde.

De historische stad werd in hun visie de ‘etalage’ van die bourgeoisie: modern en vooruitstrevend, maar geworteld in de Lombardische traditie van eenvoud en hard werken. Omdat de toonaangevende architecten nauw verwant waren met de bourgeoisie leverden die denkbeelden als vanzelf belangwekkende projecten op. Vanaf 1970 stortte dat systeem in: ‘boards of direction’ en ‘consultants’ bepaalden vanaf dan de richting, terwijl architecten links radicaliseerden. Ze verruilden het wazige ‘ambiente’ voor ‘typologie’ -een vroege vorm van representatie- en identiteitslogica.

Lunati lardeert zijn onderzoek met indringende analyses van gebouwen en buurten. Hij focust op herontdekte ‘burgerlijke’ meester-ontwerpers als Asnago & Vender of Caccia Dominioni. Hij biedt ook een nieuwe blik op Ernesto Rogers. Fascinerend, zeker als je de stad kent. Zo ontdek je ook dat de vernieuwers van eind jaren 1960, met Aldo Rossi en Giorgio Grassi als voormannen, het kind met het badwater weggooiden: misschien was ‘ambiente’ niet scherp genoeg als instrument om de stad te verstaan, maar ‘typologie’ was volgens Lunati een minstens even botte bijl. Hoe dan ook blijft de vraag hoe de stad als een totaalconstruct iets uitdrukt belangrijk, ook nu de klasse van de grootburgers achter de schermen verdween. Niet enkel in Milaan.

Ideas of Ambiente
History and Bourgeois Ethics in the Construction of Modern Milan 1881-1969
Auteur: Angelo Lunati
Uitgeverij: Park Books, Zürich
ISBN: 978-3-03860-153-1
Prijs: 38 €

Lees ook

Schrijf je in op onze nieuwsbrief