Gepubliceerd op 17.12.2021 | Tekst: Pieter T'Jonck

Op het einde van de jaren 1980 zijn architecten het stilaan spuugzat dat een belangrijk deel van ‘hun’ domein, met name de publieke ruimte, hen volledig uit handen genomen werd door ingenieurs die slechts dachten aan draaicirkels, circulatie en mobiliteit. In België namen Marcel Smets en Kelly Shannon het voortouw in de herovering van dat domein.

In ‘Histoire de la voie – histoires et théories’ betoogt Eric Alonzo echter dat ‘de weg’ altijd tot het domein van de architectuur, in de brede zin van het woord, bleef behoren. Al was het maar omdat ook de stedenbouw die in de 19e eeuw ontstaat een ‘nazaat’ van de architectuur is, en de sporen draagt van de landschapsarchitectuur die in de eeuwen ervoor tot ontwikkeling kwam. Sterker nog: zelfs bij Leon Battista Alberti vinden we volgens hem al een architecturale theorie van de weg  volgens de principes van ‘Utilitas, firmitas, venustas’. Ook de weg was voor Alberti dus object van een architectuurtheorie.

Alonzo concentreert zich in zijn studie vooral op die momenten waarop een nieuw model van ‘de weg’ ontstaat. De breuk die de twintigste eeuw, door de opkomst van de auto, vormt met alle voorgaande tijdperken komt daarbij uiteraard in het vizier. Alonzo toont echter aan dat de infrastructuur van snelwegen en kunstwerken schatplichtig blijft aan ideeën uit vroegere tijden;

Hij bewijst zijn stelling niet aan de hand van een chronologische geschiedschrijving, maar gebruikt een thematisch-chronologisch model. De weg is volgens hem door de eeuwen heen steeds op drie verschillende manieren gedacht: als ‘bouwwerk’, als tuin of landschap of als ‘stroom’ of ‘flux’. Hoewel de blik van Alonzo zich sterk concentreert op een beperkt aantal landen (Frankrijk, Italië, en in mindere mate Duitsland, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten) brengt hij  een indrukwekkende hoeveelheid data bij elkaar in een prikkelend en boeiend betoog.

L’ architecture de la voie – histoires et théories, Eric Alonzo. 2021, Editions Parenthèses, Marseille. Paperback, 530 p. Adviesprijs 34 €. ISBN 978-2-86364-313-6

Lees ook

Schrijf je in op onze nieuwsbrief