Edito

Pieter T'Jonck - Hoofdredacteur

DE SCHANDE VAN MONS

Deze kwestie raakt het hart van de architectuur als discipline. Het meest krachtige protest is noodzakelijk om aan deze pijnlijke klucht een einde te maken.

In 1986 kampte de Franse kunstenaar Daniel Buren met veel weerstand tegen zijn kunst- werk ‘Deux plateaux’, beter bekend als ‘les colonnes de Buren’ op de Cour d’ Honneur van het Palais Royal in Parijs. Met Jacques Chirac, toenmalig burgemeester van Parijs op kop, beoordeelde de goegemeente het werk als te intellectueel, lelijk en niet respectvol voor de historische omgeving… Kortom, alle afgezaagde deuntjes van een publiek dat zich ongemakkelijk voelt bij kunst die niet meteen duidelijk en ontroerend is, en bovendien niet amusant (al amuseren mensen zich nu rot met die stompjes van Buren). Alsof de parking die er lag wel respect toonde voor de historische omgeving of zelfs maar ‘leuk’ was.

Ze vingen bot: de rechtbanken oordeelden uiteindelijk dat het morele recht van de kunstenaar voorgaat op het kleine – en naar bleek zeer tijdelijke – hartzeer van de omwonenden. Rond 2007 herhaalde de geschiedenis zich. Deze keer echter diende Buren een klacht in tegen de Franse Staat. Gebrekkig onderhoud had het werk zo aangetast dat de betekenis niet meer leesbaar was. Buren eiste herstelling of onmiddellijke afbraak. Alweer kreeg hij, op grond van zijn moreel recht als kunstenaar, gelijk.

Wat leert deze geschiedenis ons?
1. In een beschaafd land is het morele recht van een auteur een belangrijk goed. Het geldt ook wanneer die een daad stelt in de publieke ruimte.
2. Wat burgemeesters, laat staan ambtenaren of ‘het publiek’, van dat werk vinden weegt daar niet tegen op. In Frankrijk althans. Maar Frankrijk is dan ook een beschaafd land.
3. Het werk van Buren was, onder meer, een uitnodiging aan het publiek om zich deze plek toe te eigenen. Achteraf blijkt dat meer dan gelukt; de tegenstanders van het eerste uur konden zich de impact van het werk gewoon niet voorstellen. Cultuur gaat trouwens niet om unanimiteit en applaus, maar om openheid voor wat we ons nog niet, op een bepaalde manier, hadden voorgesteld. Over naar België, en wel naar Bergen, culturele hoofdstad van Europa 2015. De stad heeft deze eretitel schijnbaar meer dan ernstig genomen. In de noordoosthoek van de oude stadsomwalling creëerde ze een reeks nieuwe culturele voorzieningen, de ‘culturele kilometer’, die het patrimonium van de stad aanzienlijk verrijken, in een opmerkelijke dialoog met het militaire verleden van dit stadsdeel. Een sleutelproject van deze ‘kilometer’ is nochtans geen cultureel gebouw, maar een wooncomplex, ontworpen door het bureau Matador. Op pagina 46 van dit nummer gaat Michaël Ghyoot in op dit werk. Hij laat zien dat het door zijn subtiele inplanting en zijn krachtige representatie van de collectiviteit van bewoners een ruggengraat verleent aan de hele ‘kilometer’.

Het ontwerp was, net als het project van Buren in Parijs, de uitkomst van een wedstrijd. Het Waals Gewest en de stad werkten vanaf het begin, in 2006, enthousiast mee aan de uitwerking ervan. Slechts op één punt rees er enige twijfel: de ‘zwarte’ (in werkelijkheid donkerbruine) steen die de architecten voor- stelden, scheen in tegenspraak met het RCU (Règlement Communal d’ Urbanisme). Om elke onenigheid te vermijden viel de keuze daarom op een ander, iets lichter type gevelsteen, en liet de ontwikkelaar bovendien op voorhand een tiental mock-ups bouwen voor een ‘in-situ-reflectie’. Eén van die mock-ups werd door de Stad goedgekeurd. De werken startten dus onder een goed gesternte.

De crisis gooide echter roet in het eten: toen de ruwbouw van een deel van het project reeds klaar was, bleek er niet langer vraag naar de grotere appartementen. Een nieuw ontwerp voorzag daarom in kleinere eenheden, zonder te tornen aan inplanting en gevelbehandeling. Een nieuwe bouwaan- vraag had zo niet meer dan een formaliteit mogen zijn. Tot consternatie van alle betrokkenen oordeelde de gemachtigde ambtenaar van de provincie, die zich eerder geen lor van de gesprekken rond de eerste bouwaanvraag had aangetrokken, op 28 februari 2013 nochtans dat dit ontwerp niet conform was met het RCU, en wel omdat… de gevelsteen zwart zou zijn. Dit ondanks de eerdere instemming met het proefmodel. Zelfs twee wetenschappelijke kleuranalyses wimpelde hij af met de sneer dat je experts alles kan laten beweren… De ambtelijke willekeur is daarmee duidelijk, maar om onnaspeurbare redenen leek niemand deze man een strobreed in de weg te durven leggen. Hij speelde nochtans hoog spel, want hij liet de werken onmiddellijk staken, met grote schade tot gevolg. De gemachtigd ambtenaar weigerde elke oplossing die niet aan zijn voorwaarden voldeed:
• Modi cation de la couleur du bâtiment clef (aanpassing van de kleur van het scharniergebouw);
• Concernant le bâtiment principal, la volonté du fonctionnaire délégué serait de retravailler la façade pour casser le caractère monolithique de l’immeuble, pour le rendre plus «léger». (wat het hoofdgebouw betreft zou het de wil van de gemachtigd ambtenaar zijn om het monolithisch karakter van het gebouw te breken om het ‘lichter’ te maken). Vooral dat tweede punt is opmerkelijk. Blijkbaar gaat het er de ambtenaar om dat het gebouw niet beantwoordt aan zijn frivole, ‘lichtere’ smaak. Door zijn positie kan hij die opleggen (hoewel hij, als jurist, ter zake volkomen incompetent is). Na verdere juridische contacten bereikten ambtenaar, stad en ontwikkelaar een compromis om o.a. delen van het scharniergebouw wit te schilderen. De architecten werden bij die besprekingen al snel geweerd, terwijl kopers van de appartementen helemaal geen stem hadden in de onderhandelingen.

Dit is een schande. Fundamentele rechten als het morele recht van de auteur – en zelfs het sacrosancte eigendomsrecht – worden hier met de voeten getreden. De overheid geeft hier blijk van totale willekeur, door in één en hetzelfde dossier nu eens zus, dan weer zo te oordelen. Dat het gebouw ‘te streng’ of ‘te donker’ zou zijn, is immers niet meer dan een opinie. Administraties horen zich daarvan te onthouden, of ze toch zeker niet tot elke prijs door te drukken. Dit verhaal eindigt bovendien in een verschrikking: een imposant complex veranderde in een farce, een goedkoop opgedirkt stuk ongeluk.

Met Burens Parijse wedervaren in het achterhoofd dringen zich bij dit jammerlijke verhaal een paar vragen op.
1. Kan Mons 2015, ondanks een mooi parcours, nog de titel van culturele hoofdstad claimen, als ze het auteursrecht zomaar met de voeten laat treden? Waarom treedt de stad niet op?
2. Is België een beschaafd land, of is het een surrealistische bananenrepubliek? De opinie van één ambtenaar blijkt hier immers zwaarder door te wegen dan het fundamentele, morele recht van auteurs, i.c. de architecten. Zelfs de rechten van de kopers zijn hier blijkbaar dode letter. Ze moeten op last van de gemachtigd ambtenaar, hun eerder vergunde woonst onherroepelijk ontsieren. Kan dat dan allemaal zomaar?
3. Zijn stedenbouwkundige vergunningen in dit land een kansspel? Met exact hetzelfde ontwerp win je de ene keer, en verlies je de volgende keer. Bonne chance à vous tous!

Deze kwestie raakt het hart van de architectuur als discipline. Het meest krachtige protest is noodzakelijk om aan deze pijnlijke klucht een einde te maken. Als dit institutioneel geweld ongestraft blijft, betekent dat het einde van de architectuur als maatschappelijk betekenisvolle discipline in België.
Het is bovendien, en dat is minstens even erg, een kaakslag voor de vele ambtenaren die wél gewetensvol en constructief omgaan met de publieke ruimte. Elke architect, elke architectenvereniging, elke ambtenaar, elke kunstenaar die opereert in de publieke ruimte, dient daarom tegen deze gang van zaken te protesteren. Om de beschaving te herstellen. Om van een elementair rechtsgevoel nog niet te spreken.

Verder lezenVerkleinen

Inhoudstafel

Das ist Architektur, yet Alles ist Architektur.
Carlo Menon

Kinderen van de postmoderne revolutie
Pieter T’Jonck

Playtime voor De Bonte Stad
Guy Châtel

Bouwen voor de stad
Matador
Michaël Ghyoot

‘Steden worden te snel doodverklaard’
Paul Vermeulen

Architectuur zonder inhoud
Pieter T’Jonck

Champ continu
RTS Lausanne
Pieter T’Jonck

Beeld en fragment
Expo Rossi
Carlo Menon

Postmodernisme en het recht op de stad
Brussel
Pieter T’Jonck, Maurizio Cohen

ACTUEEL
COLUMN
Martin van Schaik
POËZIE
Peter Verhelst

TECHNIEK
Retroglas en high-tech baksteen
Chloë Raemdonck

CELLULE ARCHITECTURE
Insluiting vermijden
Crèche – Habay-la-Neuve
Gilles Debrun

VLAAMS BOUWMEESTER
Dag van de Architectuur 2015
Open Oproep projecten

PRODUCT

BOEK

Abonneer je vanaf €59 per jaar!
Je ontvangt 4 klassieke nummers en 2 speciale uitgaves van het tijdschrift.

Abonnement

Lees ook

Schrijf je in op onze nieuwsbrief