Edito

Lisa De Visscher - Hoofdredacteur

Volgens de Oostenrijkse architect Dietmar Eberle kun je de levensverwachting van een gebouw opdelen in vijf tijdvensters. Eerst komt de inplanting en de relatie van het gebouw tot de publieke ruimte en de infrastructuur. Die zouden 200 tot 300 jaar moeten meegaan. Dan komt de draagstructuur en de verticale circulatie met een levensduur van ongeveer 100 jaar. De gevel is na gemiddeld 50 jaar al aan vervanging toe, hoewel sommige materialen zoals natuursteen of baksteen het uiteraard beduidend langer volhouden. Het gebruik van het gebouw, zoals de indeling van het plan, maar ook de technieken, gaan meestal maar één generatie mee, dus 25 à 30 jaar. Ten slotte komt de afwerking en de meubilering die na hoogstens 15 jaar vervangen moet worden.

Als je deze redenering doortrekt, begrijp je waarom sommige kantoortorens of huisvestingsprojecten al na 30 jaar tegen de vlakte gaan. Het gaat vaak niet alleen om een financiële operatie; aan de basis ligt ook een conceptuele denkfout. Ze werden immers snel ontworpen, volledig in functie van een beperkt en monofunctioneel gebruik. Zelfs al kan hun draagstructuur om statische redenen nog jaren mee, bij gebrek aan generische kwaliteit blijkt ze uiteindelijk te snel achterhaald.

“Het structureel ontwerp van een gebouw maakt integraal deel uit van zijn culturele waarde”, zei de Zwitserse ingenieur Jürg Conzett in een gesprek met Bernard Wittevrongel [1]. Hij bedoelt hiermee dat een gebouw zowel letterlijk als figuurlijk valt of staat met een goed ontworpen structuur. Bij de meeste gebouwen is de draagstructuur echter vooral dienstbaar en veelal onzichtbaar. Slechts in uitzonderlijke gevallen maakt ze deel uit van de visuele en conceptuele identiteit van een project. Ingenieurskunst is daarom een constante evenwichtsoefening tussen nederigheid en branie.

“Waar het op aankomt”, zo schrijft Christophe Van Gerrewey, “is dat gebouwen hun overwinning in de strijd met de zwaartekracht tonen, zonder al te triomfantelijk en zwaar uit te pakken, maar ook zonder te doen alsof er niets aan de hand is.” Hij heeft het over het Provinciehuis in Antwerpen van XDGA, maar het had net zo goed over de brug van fort Tintagel, door Ney & partners,  in Cornwall kunnen gaan. Beide hebben wel degelijk iets te vertellen over hun confrontatie met de zwaartekracht zonder in de val te trappen van gratuite spektakelstructuur.

De culturele waarde van een goed structureel ontwerp ligt echter vaker, hoe bescheiden ook, in zijn herbruikbaarheid. Materiaalgebruik, plafondhoogte en kolomafstand scheppen de randvoorwaarden voor een gebouw dat zijn gebruik wil overstijgen en zo minstens 100 jaar kan blijven staan. Bij hergebruik wordt het gebouw gestript van niet-essentiële elementen en krijgt de draagstructuur een nieuwe en vaak meer zichtbare rol. De esthetiek van de uitgepakte betonnen kolom, de brute baksteenmuur of de naakte stalen ligger lijkt ondertussen het handelsmerk geworden van de tweede jeugd van de draagstructuur.

Soms komen daar onverwachte structurele beslissingen bij kijken, zoals in het Huis Verbiest van AwgA in Brussel waar een oorspronkelijk betonnen skelet ondersteund wordt door nieuwe houten kolommen. Dan krijg je alsnog branie, verpakt in een jasje van nederigheid.

[1] Bernard Wittevrongel en Denis Zastavni, Entretiens avec / In discussion with Jürg Conzett, Presses universitaires de Louvain, 2014.

 

Lees meerVerkleinen

Inhoudstafel

Edito
Lisa De Visscher

Opinie
Guy Mouton

Actua
ura Lisa De Visscher en Iwan Strauven
vvv Lara Molino

Structure & reuse
noA, Ontvangstpaviljoen Gruuthusemuseum, Brugge Pieter T’Jonck
XDGA, Provinciehuis, Antwerpen Christophe Van Gerrewey
OFFICE, Tondo, Brussel Véronique Patteeuw
Ney & Partners, Castle Footbridge, Tintagel Veronique Boone
Inventaires #3 Architectures Wallonie-Bruxelles Gilles Debrun en Pauline de La Boulaye
Label, Love pt. i, Loverval Cécile Vandernoot
a2o, De Chocoladefabriek, Tongeren Pieter T’Jonck
AgwA, Verbiest, Molenbeek Élodie Degavre
Volt, Biekens, Sint-Niklaas Bart Tritsmans
a.practice, Cultuurcentrum Scheut, Anderlecht Eloïse Perrillon
GAFPA, Lab 15, Gent Guillaume Vanneste

Interview
Flores & Prats Lisa De Visscher

Product news
Viviane Eeman

Student
Meesterproef 2019 Anne Malliet
Herbestemming van de Parking du Moulin, Charleroi Lisa De Visscher
International Velux Award Eline Dehullu

#008 Michiel De Cleene

Interview met Guy Mouton

Guy Mouton schreef een opiniestuk voor A+ 286 Structure and re-use over de rol van de ingenieur in de architectuur. Ontdek hieronder een interview met hem, gerealiseerd in samenwerking met de KU Leuven.

 

 

Abonneer je vanaf €59 per jaar!
Je ontvangt 5 klassieke nummers en 1 speciale uitgave van het tijdschrift.

Abonnement

Lees ook

Schrijf je in op onze nieuwsbrief