Gepubliceerd op 11.07.2022 | Tekst: Raymond Balau

TreM.a is een provinciaal museum met een schat aan oude kunst, gelegen in het historisch hart van Namen. Het uitbreidings- en renovatieproject werd toevertrouwd aan BAUKUNST en Barbara Van der Wee. Hôtel de Gaiffier d’Hestroy en de bijgebouwen, waaronder de ingang, zijn geklasseerd en het programma moest de vloeroppervlakte vergroten van 1500 tot 3750 m2. Een echte krachttoer, want de oorspronkelijke configuratie van het gebouw, tussen binnenplaats en tuin, moest behouden blijven.

Vijf teams dienden een voorstel in: AM Noa/Binario, ORIGIN-LRA-VOET, archipelago – Mangado y asociados – EMPTY, NIETO SOBEJANO – SPECIMEN – KORTEKAAS en dus A.M. BAUKUNST – Barbara Van der Wee Architects. De context is boeiend. Het museum, gelegen tegenover de Sint-Jacobskerk, ligt tussen de Rue de Fer, de belangrijkste winkelstraat met onder meer het stadhuis, en de Venelle des Capucins, een steeg die toegang biedt tot de gemeentebibliotheek, de binnenplaats van het Institut Saint-Louis en de parking van het stadhuis.

Het hoofdgebouw dateert uit 1730-1745, de bijgebouwen uit 1768. Ze werden ontworpen door François-Joseph Beaulieu. In 1964 werd er een museum in gevestigd, waar zich lang ook de provinciale discotheek bevond en een eerste tentoonstellingsruimte werd ingericht voor de werken van Félicien Rops. De scenografie van het ‘Musée provincial des Arts anciens du Namurois’ werd ontworpen door Corneille Hannoset. De collecties bestaan uit stukken uit de Bourgondische Nederlanden, met name Mosaanse beeldhouwkunst uit de 12e tot de 16e eeuw met prachtige altaarstukken en kunstvoorwerpen van verschillende gilden. Het museum bezit ook de belangrijkste verzameling werken van de schilder Herri Bles (ca. 1500-1555). In 2010 werd de Schat van Oignies, een 13e-eeuwse zilverwerkschat, er in bewaring gegeven door de Koning Boudewijnstichting. De naam TreM.a verwijst niet naar de twee puntjes die we boven een klinker zetten maar naar de beginletters van Trésors du Moyen Âge.

Het museum werd al meerdere keren gedeeltelijk verbouwd, maar blijft niettemin krap en niet alle zalen zijn toegankelijk voor rolstoelbezoekers of wie slecht ter been is. Bovendien is er een schrijnend gebrek aan technische en pedagogische lokalen. Bij verschillende voorstellen lag de oplossing in het volledig of deels benutten van de tuin, of in een optopping van het voorgebouw – soms in die mate dat het hoofdgebouw zo goed als verdween. Deze voorstellen vereisten ook aanzienlijke graafwerken, om aan extra vierkante meters te komen. De uitzonderlijke ligging en collectie vroegen echter een toekomstgerichte en ingrijpende verandering. Dit zijn de hoofdlijnen van het winnende project: 1) de gevels van de oude gebouwen worden behouden en versterken de algemene sequentie, 2) het grootste deel van het museum bevindt zich ondergronds, met de nodige onderschoeiingen onder bijna het volledige perceel, 3) de bovengrondse toevoegingen zijn zeer gericht en tonen een passie voor radicale bouwtechnieken.

De bestaande delen worden grotendeels gebruikt voor de werking van het museum, de ontvangstruimten voor het publiek en het documentatiecentrum. Op het eerste ondergrondse niveau wordt het museum opnieuw ingedeeld. Met respect voor de bestaande werking werd aan de tuinzijde een verticale circulatiekern aangebracht die toegang biedt tot twee grote ruimten in de kelderverdieping. Het schip, een grote rechthoekige zaal onder de tuin waar de belangrijkste collecties zijn ondergebracht, met nog eens hetzelfde volume aan opslagruimten op verdieping -2. Aan de andere kant bevindt zich het hoogtepunt van het bezoek: de Schatkamer van Oignies, in een halve cirkel onder de binnenkoer. Kleinere, multifunctionele kamers nemen de resterende ruimte in. Het resultaat is een soort basiliekcrypte in gewapend beton, waarvan de onregelmatigheden te wijten zijn aan de vorm van het perceel en het bovenliggende gebouw.

In dit scenario kunnen de twee buitenruimten in ere worden hersteld door er enkele krachtige architectonische elementen aan toe te voegen. Zo wordt de binnenplaats overdekt door een glazen dak met een fijne staalstructuur, waarvan het centrale ovaal wordt overspannen door zeilen ontworpen door Chevalier Masson, waarbij meteen ook een kunstwerk geïntegreerd wordt. Deze ruimte wordt zo het middelpunt van tal van activiteiten. Het volume voor de verticale circulatie wordt over de gehele hoogte verbonden door een blinde elliptische cilinder, de ‘rotonde’ genaamd. Ze is bedoeld voor tijdelijke tentoonstellingen. Achter in de tuin steekt een afdak tot over de achterliggende steeg en vormt een pergola die de toegang tot de kelders beschut en mogelijkheden biedt voor buitenactiviteiten.

Het is duidelijk dat de eerlijke en compromisloze dialoog tussen het architectonisch erfgoed en de nieuwe toevoegingen op zich een extra schat vormt voor dit museum. Hij rechtvaardigt ook de doorgedreven visie van het architectenteam, die we ook in belangrijke details terugzien. Als tegenwicht voor de onvermijdelijke digitale snufjes zal TreM.a zijn publiek kunstschatten kunnen tonen in een architectuur die rijk is aan betekenis.

Het wedstrijddossier vindt u hier.
Kennisgeving van de Inventaris voor onroerend cultureel erfgoed van het AWaP
Website van TreM.a
De opdracht werd gegund op 23 december 2021. Geschat budget: € 13.000.000. De studie van het gedetailleerde programma is aan de gang.

Lees ook

Schrijf je in op onze nieuwsbrief
  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.